Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling
[veroordeelde] ,
Procedure
Beoordeling
BESLISSING
voor een gedeelte van drie (3) maanden;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 juni 2020 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk, opgelegd bij vonnis van 27 september 2017 aan veroordeelde.
Veroordeelde was verplicht zich te houden aan voorwaarden waaronder contact met de reclassering, behandeling bij GGZ Centraal en deelname aan beschermd wonen. De reclassering rapporteerde dat veroordeelde geen contact wilde onderhouden, waardoor naleving van de voorwaarden niet mogelijk was. De reclassering adviseerde om het resterende voorwaardelijke strafdeel ten uitvoer te leggen vanwege het hoge recidiverisico.
De officier van justitie verzocht tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging voor drie maanden, zodat veroordeelde met een vangnet kan terugkeren in de maatschappij. De verdediging stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden onvoldoende waren nagekomen en vond toewijzing van de vordering voor drie maanden passend, om te voorkomen dat veroordeelde zonder vangnet terugkeert.
De rechtbank wees de vordering gedeeltelijk toe voor drie maanden en wees het overige af. De rechtbank benadrukte het belang van contact met reclassering en behandeling tijdens detentie om begeleiding na vrijlating mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk toe voor drie maanden en wijst het overige af.