ECLI:NL:RBMNE:2020:2089
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lachgasverkoopverbod in horecagelegenheid
Verzoekster exploiteert sinds 2007 een horecagelegenheid en kreeg een voorschrift aan haar exploitatievergunning toegevoegd dat de verkoop van lachgas vanaf 1 februari 2020 verbiedt. Dit besluit is genomen door de burgemeester van Veenendaal ter bescherming van de volksgezondheid en handhaving van de openbare orde en veiligheid.
Verzoekster betwist de bevoegdheid van verweerder om dit voorschrift te verbinden aan de vergunning en stelt dat het verbod in strijd is met hogere regelgeving en de Dienstenrichtlijn. Tevens voert zij aan dat het verbod haar bedrijfsvoering en omzet ernstig schaadt, waardoor een voorlopige voorziening noodzakelijk zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed, omdat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar bedrijfscontinuïteit of die van haar werknemers op korte termijn in gevaar is. Ook is het besluit niet evident onrechtmatig; de bevoegdheid van verweerder is aannemelijk en het verbod is gemotiveerd en evenredig.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor het verbod op verkoop van lachgas blijft gelden totdat op bezwaar is beslist. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het lachgasverkoopverbod is afgewezen.