Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht onder 2.1:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire 1 stoornis met een verslavingsstoornis.
De rechtbank overwoog dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Gezien het risico op onttrekking aan zorg zonder juridisch kader is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank stelde vast dat de zorgmachtiging gelijkenis vertoont met de voorwaardelijke machtiging onder de Wet BOPZ, waarbij verplichte zorg zoveel mogelijk ambulant wordt toegepast.
De rechtbank wees de gevraagde vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatietoediening, beperkingen in vrijheid, bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname. De toepassing van zorg start ambulant met medicatie en beperkingen in vrijheid, en bij onvoldoende effect kan klinische zorg worden ingezet. De machtiging geldt voor zes maanden. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot zorgmachtiging wordt toegewezen voor zes maanden met onderscheid tussen ambulante en klinische verplichte zorg.