ECLI:NL:RBMNE:2020:2272
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting smartshop wegens faciliteren illegaal gokken en drugshandel
De zaak betreft het beroep van een exploitant van een smartshop tegen de sluiting van zijn pand voor twaalf maanden door de burgemeester van Utrecht. De sluiting is gebaseerd op de aanwezigheid van een werkend cash center dat illegaal gokken faciliteert en de vondst van goederen die verband houden met drugshandel. De burgemeester beriep zich op artikel 2:46 van Pro de APV Utrecht en artikel 13b van de Opiumwet.
De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van het cash center een gevaar voor de openbare orde en veiligheid oplevert, omdat het anoniem contant geld omzet in online tegoed voor illegaal gokken op een niet-vergunde website. De exploitant heeft hiermee illegaal gokken gefaciliteerd en daar financieel van geprofiteerd. Daarnaast zijn in het pand versnijdingsmiddelen en verpakkingsmaterialen aangetroffen die duidelijk bestemd zijn voor het bereiden van drugs, wat eveneens een grond vormt voor sluiting op basis van de Opiumwet.
De rechtbank verwerpt de bezwaren van eiser dat er geen overtreding is, dat de processen-verbaal onjuist of vooringenomen zijn, en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Ook het beroep dat de sluiting disproportioneel is, wordt afgewezen omdat de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van twaalf maanden passend is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de sluiting van het smartshoppand voor twaalf maanden wegens faciliteren van illegaal gokken en drugshandel.