Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- 480,99 euro vanaf IBAN [rekeningnummer] op naam van [benadeelde 1] ;
- 538,99 euro vanaf IBAN [rekeningnummer] op naam van [benadeelde 1] ;
- 619 euro vanaf IBAN [rekeningnummer] op naam van [benadeelde 1] ;
- 527,99 euro vanaf IBAN [rekeningnummer] op naam van [benadeelde 1] ;
- 0,88 euro vanaf IBAN [rekeningnummer] op naam van [benadeelde 1] ;
- op 5 februari 2018 opname van 250 euro bij geldautomaat van de ING aan de Koopmanstraat te Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 17.17 uur pinbetaling van 500 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 17.20 uur pinbetaling van 300 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 16.04 uur pinbetaling van 300 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 16.03 uur pinbetaling van 300 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 15.58 uur pinbetaling van 200 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 15.56 uur pinbetaling van 200 euro bij JHG Almere;
- op 5 februari 2018 omstreeks 15.45 uur opname van 250 euro bij geldautomaat van de ABN AMRO te Almere.
- " [medeverdachte 1] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 851,95 euro";
- " [medeverdachte 1] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 611,25 euro".
- " [naam] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 624,15 euro";
- " [naam] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 402,85 euro".
- " [medeverdachte 1] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 515,05 euro";
- " [medeverdachte 1] , IBAN: [rekeningnummer] , t.n.v. [C] , 507,95 euro".
- een bedrag van 520,00 euro via internet bankieren naar [rekeningnummer] . Deze overschrijving betreft de overschrijving naar [D] zoals omschreven in de aangifte van [getuige] ;
- een bedrag van 250 euro op 9 maart 2018, omstreeks 08.37 uur bij een ING bank geldautomaat aan het Noordeinde te Almere.
- een bedrag van 200,50 euro op 9 maart 2018, omstreeks 14.01 uur, bij een betaalautomaat bij de MH SHOP 1 in Hilversum;
- een bedrag van 400,50 euro op 9 maart 2018, omstreeks 14.08 uur, bij een betaalautomaat bij de MH SHOP 2 in Hilversum;
- een bedrag van 105 euro op 9 maart 2018, omstreeks 14.19 uur, bij een betaalautomaat bij [winkel] in Hilversum;
- een bedrag van 89,97 euro op 9 maart 2018, omstreeks 14.21 uur bij een betaalautomaat bij GM609 in Hilversum;
- een bedrag van 250 euro op 9 maart 2018, omstreeks 08.37 uur bij ING geldautomaat aan het Noordeinde in Almere;
- een bedrag van 250 euro op 9 maart 2018, omstreeks 08.40 uur bij een geldautomaat van de ABN Amro in Almere.
5.BEWEZENVERKLARING
1 primair:
op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2018 te Almere en Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen (telkens) van een voorwerp, te weten meerdere geldbedragen van (in totaal) € 1245,25 (middels de bankrekening van [naam] ) en € 1852,15 (middels de bankrekening van [medeverdachte 2] ) en € 2167,85 (middels de bankrekening van [A] ), hebben verworven en voorhanden gehad terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wisten, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
2 primair:
op 9 maart 2018 te Hilversum tezamen en in vereniging met een ander een voorwerp, te weten een pet, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
1 primair:
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;
2 primair:
medeplegen van witwassen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
- aan [benadeelde 2] : € 3.097,40, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- aan [benadeelde 1] : € 2.167,85, te vermeerderen met de wettelijke rente.
- in het geval van [benadeelde 2] : een bedrag van € 3.097,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 1.027,00 vanaf 8 maart 2018 en over het bedrag van € 2.070,40 vanaf 9 maart 2018, tot de dag van volledige betaling;
- in het geval van [benadeelde 1] : een bedrag van € 2.167,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.
- van het bedrag van € 3.097,40 ten behoeve van [benadeelde 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente € 1.027,00 vanaf 8 maart 2018 en over het bedrag van € 2.070,40 vanaf 9 maart 2018, tot de dag van volledige betaling;
- van het bedrag van € 2.167,85 ten behoeve van [benadeelde 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
taakstraf van 80 uren;
- verklaart [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [benadeelde 3] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 3.097,40, zijnde een vergoeding voor materiële schade;
- verklaart [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 1.027,00 vanaf
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan [benadeelde 2] dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door [benadeelde 2] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 2.167,85, zijnde een vergoeding voor materiële schade;
- verklaart [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 2.167,85 vanaf 5 februari 2018 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de gevorderde hoofdelijke veroordeling af;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 2.167,85 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.167,85 vanaf 5 februari 2018 tot de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan [benadeelde 1] dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door [benadeelde 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.