Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
- gebruik te maken van een valse naam en/of
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Voor feit 1 geldt dat geen sprake is van de in de wet genoemde oplichtingsmiddelen waarmee verdachte personen zou hebben bewogen tot doen van een (aan)betaling, waardoor ook geen sprake is van een causaal verband tussen een oplichtingsmiddel en het moment dat iemand iets op [webwinkel 1] .nl heeft gekocht. Verdachte heeft deze webshop op een legale manier geëxploiteerd en heeft de bestelde goederen geleverd tot het moment dat zijn bedrijf [rechtspersoon] B.V., waar de webwinkel [webwinkel 1] .nl onderdeel van was, failliet ging. Vanaf dat moment kon verdachte niet meer leveren. Er was dus hooguit sprake van wansprestatie en niet van oplichting, waardoor vrijspraak voor dit feit moet volgen.
- Voor feit 2 geldt dat personen goederen hebben besteld op de website www. [onderneming] .com. Verdachte is bij die website niet betrokken geweest. Hij heeft alleen de website www. [onderneming] .nl en op verzoek van een ander gebouwd. Er is niet één aangever die stelt een bestelling te hebben gedaan op de site www. [onderneming] .nl. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van dit feit.
- Voor feit 3 geldt dat er geen onafhankelijk bewijs is dat de stelling van aangever [aangever 1] dat er sprake is van identiteitsfraude ondersteunt. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van dit feit.
- Voor feit 4 geldt dat geen sprake is van bedrieglijke bankbreuk, omdat verdachte voor de wasmachine heeft betaald. Dit staat vermeld in het kasboek van [rechtspersoon] B.V. Daarnaast blijkt uit het faillissementsverslag dat geen sprake is van paulianeus handelen. Voorgaande dient te leiden tot vrijspraak van verdachte voor dit feit.
- Voor feit 5 geldt dat er geen althans onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om verdachte voor dit feit te veroordelen, omdat de curator slechts een ‘vermoedelijke’ aangifte heeft gedaan en nooit de inhoud van de – op dubieuze wijze verkregen – krat met ‘bedrijfsadministratie’ is getoond.
Betreft: Webshop
21 februari 2018van administratie@ [webwinkel 1] .nl heeft ontvangen:
[verdachte] : Nee dat heb ik gedaan, waarom denk je?
[getuige 1] : maar hoe?
[verdachte] : Door middel van een vals contract
[getuige 1] : ow wat je toen aan het maken was, was toch gelukt
[verdachte] : Tuurlijk
[getuige 1] : En die handtekening dan?
[verdachte] : Ik heb zijn handtekening in de computer staan, die kan ik gewoon overal onder pleuren (lachend). [49]
[verdachte] : Die laat ik failliet verklaren daar wil ik vanaf. Maar dan heb ik deze dat is de [webwinkel 1] Holding. Deze wordt woensdag failliet...deze overleef ik nog.
A: Op papier misschien wel. Ik heb het contact ondertekend ergens in mei of juni. [verdachte] zei echter dat er op moest staan dat het getekend was vanaf 1 april 2018. Dit klopte dus niet.
V: Wij tonen je nu een screenshot van een video (foto 1). Wat heb je hierop te zeggen?
A: Toen tekende ik dat contract ja. 1 april 2018 kende ik [verdachte] niet eens.
V: Wat heb jij op dat moment ondertekend voor [verdachte] ?
A: Het koopcontract van [webwinkel 1] .nl volgens mij.
V: Heb jij uitvoerig gelezen wat jij hebt ondertekend?
A: Nee. Ik heb niets gelezen. Ik heb alleen ergens mijn handtekening gezet. [59]
A: Nee. Deze mails heb ik nooit verstuurd.
V: Was jij wel op de hoogte van het versturen van deze mails?
A: Nee, helemaal niet. [60]
Bij het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid gaat het er in de kern om dat het handelen van de verdachte ertoe kan leiden dat bij de ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen met betrekking tot de ‘persoon’ van de verdachte, over zijn naam of zijn hoedanigheid, waarbij die onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen teneinde daarvan misbruik te maken.
- i) Een groot aantal personen heeft aangifte gedaan van oplichting. Uit de aangiften blijkt dat de aangevers goederen (onder andere jacuzzi’s, loungesets, hogedrukreinigers en witgoed) hebben besteld bij de webwinkel [webwinkel 1] op www. [webwinkel 1] .nl. Een deel van de aangevers kwam op die website terecht via een advertentie op www.marktplaats.nl, waarin een aanbieding stond vermeld voor onder andere jacuzzi’s, loungesets, hogedrukreinigers en witgoed.
- ii) De betaling vond plaats op het rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van Stichting Mollie Payments. Dit rekeningnummer fungeerde als tussenrekening tussen de webwinkel [webwinkel 1] en stortte het geld door naar rekeningnummer [rekeningnummer] . In de omschrijving van de overboeking aan rekeningnummer [rekeningnummer] stond vermeld dat de betaling was verricht inzake [rechtspersoon] B.V. Het rekeningnummer [rekeningnummer] stond op naam verdachte en/of [rechtspersoon] B.V. Uit de analyse van de bankrekening blijkt dat verdachte de beschikking had over deze rekening.
- iii) Bij de meeste aangevers is als bijlage bij de aangifte een bericht gevoegd van [webwinkel 1] aan de betreffende aangever waarin de bestelling wordt bevestigd en waarin een bestelnummer wordt genoemd.
- iv) De aangevers hebben de bestelde goederen niet ontvangen.
- i) Verdachte heeft een koopcontract opgesteld waarin staat vermeld dat [alias] vanaf 1 april 2018 de webwinkel www. [webwinkel 1] .nl overneemt en zal voortzetten. Op 27 mei 2018 heeft verdachte met [alias] bij de kamer van koophandel de wijziging ingeschreven. Op basis van de opgenomen geluidsfragmenten van getuigen [getuige 1] en de verklaring van [alias] concludeert de rechtbank dat verdachte [alias] geld heeft betaald om het koopcontract te tekenen en dat het contract geantedateerd is omdat de ondertekening pas eind mei/begin juni plaatsvond. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen naar het oordeel van de rechtbank dat het nooit de bedoeling van verdachte is geweest dat [alias] daadwerkelijk de webwinkel zou overnemen en dat [alias] ook nooit iets heeft gedaan voor de webwinkel of de beschikking had over de bankrekening die gekoppeld was aan de webwinkel.
- ii) [rechtspersoon] B.V. (waar de website www. [webwinkel 1] .nl onderdeel van uitmaakte) is op 5 juni 2018 failliet verklaard.
- iii) Toen de aangevers de bestelde goederen niet binnen de beloofde levertijd hadden ontvangen, namen zij contact op met [webwinkel 1] . Aangevers hebben bij hun aangifte berichten gevoegd die door [webwinkel 1] zijn verzonden na 5 juni 2018. In die berichten wordt aangegeven dat de bestelde goederen nog zullen worden geleverd. Deze berichten zijn ondertekend met ‘ [alias] , Directeur [webwinkel 1] ’. Op basis van de verklaring van getuige [alias] concludeert de rechtbank dat dat deze berichten niet door [alias] zijn verstuurd en dat hij hier niets vanaf wist. Uit de geluidsfragmenten, opgenomen door getuige [getuige 1] , maakt de rechtbank op dat de berichten in opdracht van verdachte door zijn vrouw aan alle klanten zijn verstuurd. In deze berichten worden verschillende, kennelijk niet op feiten gestoelde, redenen genoemd dat de goederen nog niet waren geleverd, zo heeft:
- Verdachte heeft zich voorgedaan als een bonafide verkoper (via www. [webwinkel 1] .nl) met een website waarop hij goederen te koop aanbood, terwijl hij (voor wat betreft de aangevers) niet de intentie had om de goederen te leveren. Hij heeft in het begin wel bestelde goederen geleverd om zo de schijn op te wekken dat het een betrouwbare webwinkel was.
- Verdachte heeft een schijnconstructie opgetuigd, als gevolg waarvan hij het wilde doen voorkomen dat hij de webwinkel had overgedragen aan [alias] , terwijl hij feitelijk is doorgegaan met de exploitatie van de webwinkel en toegang heeft behouden tot de bankrekening. Namens de webwinkel zijn herhaaldelijk en veelvuldig door of in opdracht van verdachte berichten gestuurd naar aangevers die zijn ondertekend ‘ [alias] , Directeur [webwinkel 1] ’. Door bovenstaande handelingen heeft hij achteraf het halen van verhaal willen bemoeilijken.
- Verdachte heeft aangevers willens en wetens doen geloven dat hij de door aangevers bestelde goederen nog zou leveren, terwijl hij wist dat dat niet meer zou gebeuren. Zijn bedrijf was op 5 juni 2018 immers in staat van faillissement verklaard.
- i) Meerdere personen hebben aangifte gedaan van oplichting.
- ii) Uit de aangiftes blijkt dat de aangevers goederen hebben besteld bij de webwinkel [onderneming] . De bestelling hebben zij gedaan naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats, waarin een aanbieding stond vermeld voor levering van (opblaasbare) jacuzzi’s en lounge sets. Volgens een van de aangevers werd je via de advertentie doorgestuurd naar de website www. [onderneming] .com.
- iii) De aangevers hebben geld overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [aangever 1] .
- iv) Geen van de aangevers heeft de bestelde goederen vervolgens ontvangen.
- i) Door de advertentie op marktplaats en gebruik van de naam ‘ [onderneming] ’(welk bedrijf niet bestond en niet was ingeschreven bij de kamer van koophandel) heeft verdachte zich voorgedaan als een betrouwbare webwinkel die voor scherpe prijzen de betreffende goederen aanbood.
- ii) Aangevers dachten dat de persoon achter de webwinkel [alias] of [aangever 1] was, terwijl verdachte degene was die de webwinkel beheerde. Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte slechts betrokken is geweest bij de site www. [onderneming] .nl en niet bij de site www. [onderneming] .com. Er is niet één aangever die stelt een bestelling te hebben gedaan op de site www. [onderneming] .nl, waardoor verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat (de meeste) aangevers info@ [onderneming] .com opgeven als e-mailadres van de website, www. [onderneming] .com. Dat e-mailadres is een zogenaamde hyperlink naar info@ [onderneming] .nl. Uit onderzoek naar de internethistorie op de laptop die in de woning van verdachte is aangetroffen blijkt dat er 983 treffers waren aan de hand van zoekslagen op het gebied van [onderneming] . 544 daarvan waren gemarkeerd als ‘admin’ of als paginabeheer. Aan de hand van de loggingsgegevens was zichtbaar dat een tweetal e-mailadressen gelinkt waren aan [onderneming] . Zowel het e-mailadres info@ [onderneming] .com als [e-mail] @gmail.com. Ook bevonden zich e-mails op de computer van verdachte die gericht waren aan [alias] . Een van de aangevers, de heer [aangever 15] , heeft mailcontact gehad met [alias] van [onderneming] over zijn bestelling. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [alias] een fictieve naam is en dat hij het e-mailadres van [alias] heeft gebruikt bij het maken van de site [onderneming] .nl. Bij deze stand van zaken en gezien het geheel aan bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, zoals hiervoor uiteengezet, staat buiten redelijke twijfel dat verdachte (ook) de site www. [onderneming] .com en het e-mailadres info@ [onderneming] .com heeft beheerd.
- iii) Aangevers hebben het geld overgemaakt naar de rekening van [aangever 1] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat [aangever 1] daarvan niet op de hoogte was en verdachte [aangever 1] heeft gevraagd om geld te pinnen en cash aan verdachte te geven.
- Verdachte heeft zich voorgedaan als bonafide verkoper.
- Verdachte heeft [aangever 1] als katvanger gebruikt en verdachte heeft in e-mails aan aangevers en bij het aanmaken van de webwinkel gebruik gemaakt van de valse naam [alias] en/of [alias] . Dit deed verdachte om zijn identiteit te verhullen en verhaal van aangevers te bemoeilijken.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een reclasseringsadvies van 20 maart 2019, uitgebracht door C. van Kesteren van Reclassering Nederland;
- een reclasseringsadvies van 22 juli 2019, uitgebracht door C. van Kesteren van Reclassering Nederland;
- een reclasseringsadvies van 17 december 2019, uitgebracht door C. van den Berg van Reclassering Nederland
- een reclasseringsadvies van 18 mei 2020, uitgebracht door R.T.M. Holthuisen van Reclassering Nederland.
9.BENADEELDE PARTIJ
met wettelijke rente, zal zij dit niet nogmaals als apart gevorderd bedrag toewijzen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering (ter hoogte van € 13,06) dan ook af. Ten aanzien van de postzegels overweegt de rechtbank dat dit deel van de vordering niet is onderbouwd. De beoordeling en vaststelling van (de omvang van) de schade levert daarom een onevenredige belasting van dit strafgeding op. De rechtbank zal benadeelde partij [aangever 15] voor wat betreft het bedrag van € 30,- niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
officier van justitie ontvankelijkin de vervolging van verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde;
1 tot en met 7 tenlastegelegde bewezenzoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
meer of anders tenlastegelegde niet bewezenen spreekt verdachte daarvan vrij;
1 tot en met 7bewezenverklaarde
strafbaaren kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
verdachte strafbaar;
gevangenisstrafvan
54 maanden;
ontzetverdachte
uit de uitoefening van het beroep van bestuurder/directeur van een rechtspersoonvoor de duur van
vijf jaren;
gelastde
openbaarmaking van deze uitspraakdoor middel van publicatie ervan op www.rechtspraak.nl zonder de gebruikelijke anonimisering van de naam van verdachte en door middel van toezending aan de Kamer van Koophandel;
veroordeelt verdachte in de kostendie ten behoeve van de openbaarmaking van deze uitspraak worden gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
wijst afhet verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis;
- wijst de vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder toe tot de daarbij vermelde bedragen, bestaande uit materiële schade;
- wijst de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 15] , [benadeelde 3] en [aangever 8] voor het meerdere af zoals omschreven in rubriek 9.3;
- bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde 22] en [aangever 15] , voor een deel zoals vermeld in die tabel hieronder niet-ontvankelijk zijn in dat deel van de vordering, en dat de benadeelde partijen de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen:
- veroordeelt verdachte tot betaling aan die benadeelde partijen van de bedragen zoals vermeld in de tabel hieronder, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals vermeld in de tabel tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op het bedrag zoals vermeld in de tabel;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder aan de Staat de daarbij vermelde bedragen te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals in de tabel vermeld tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met het aantal dagen gijzeling zoals vermeld in de tabel;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder voor wat betreft de materiële schade toe tot de daarbij vermelde bedragen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan die benadeelde partijen van de bedragen zoals vermeld in de tabel hieronder, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals vermeld in de tabel tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vorderingen van de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder af voor wat betreft de immateriële schade;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder aan de Staat de daarbij vermelde bedragen te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum vermeld in de tabel tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met het aantal dagen gijzeling zoals vermeld in de tabel;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partijen zoals vermeld in de tabel hieronder, voor een deel zoals vermeld in die tabel niet-ontvankelijk zijn in (dat deel van) de vordering, en dat de benadeelde partijen de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen:
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 98] zoals vermeld in de tabel hieronder voor wat betreft de gevorderde immateriële schade af;
- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;