Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in P.I. Vught, PPC.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primairop 9 oktober 2018 te Baarn heeft geprobeerd om [slachtoffer] opzettelijk met een bijl van het leven te beroven;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
iederinzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. De hierboven beschreven handelswijze en gedragingen van verdachte laten zien dat geen sprake was van zo een uitzonderlijke situatie. Verdachte heeft verklaard dat hij de familie [slachtoffer] wilde aanvallen, daarnaar onderweg was en hij heeft blijkens zijn feitelijke handelingen aan dat plan ook uitvoering gegeven. Verdachte heeft tenminste enig inzicht gehad in zijn handelen, zodat de juridische vraag of sprake was van opzet bevestigend moet worden beantwoord. Hierbij merkt de rechtbank op dat de omstandigheid dat de gedragsdeskundigen van oordeel zijn dat verdachte volledig gestuurd werd door zijn paranoïde wanen, vanzelfsprekend bij de vraag naar de toerekenbaarheid aan de orde komt, maar niet meebrengt dat geen sprake is van opzet in juridische zin.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
feit 1, primair,bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 2bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 3bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
verdachte ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaardenbetreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:
Meewerken aan time-out/klinische opname
Verblijf in Nederland
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Begeleid wonen/maatschappelijke opvang
Drugsverbod
Alcoholverbod
Contactverbod
Locatieverbod
Recidive
Medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht