Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 30 juni 2020 in de zaak tussen
Inleiding
Het geschil
Op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb kan verweerder onder meer ontheffing verlenen van een of meer van de in de Wnb opgenomen verboden. Op grond van het vijfde lid wordt die ontheffing uitsluitend verleend als - kort gezegd - geen andere bevredigende oplossing bestaat, de ontheffing een in de wet genoemd belang dient en als met de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie van de betrokken soort.
De voorschriften
Eiseres heeft in de aanvraag voorgesteld om bij twee van de vier windturbines een stilstandvoorziening op te nemen. Deze stilstandvoorziening voorkomt dat de rotorbladen sneller dan 1 rotatie per minuut (rpm) draaien wanneer:
- De windsnelheid op gondelhoogte lager is dan 5 meter per seconde (m/s);
- De temperatuur hoger is dan 10 graden Celsius;
- Het droog is (geen neerslag);
- Het tijdstip tussen zonsondergang en zonsopgang ligt, en
- De tijd van het jaar tussen 15 juli en 1 oktober ligt.
- De temperatuur hoger is dan 10 graden Celsius;
- Het droog is (geen neerslag);
- Het tijdstip tussen zonsondergang en zonsopgang ligt, en
Beoordeling van de beroepsgronden
oftiplaagte. De discussie spitst zich echter niet toe op de
hoogtewaarop gemeten moet worden, maar vooral op wát er gemeten moet worden. Partijen zijn het er namelijk over eens dat meten op ashoogte gemakkelijker is en dat er van ashoogte naar tiplaagte gerekend kan worden door 1 m/s van de windsnelheid op ashoogte af te trekken. Het door verweerder opgelegde voorschrift gaat dus verder dan wat de staat van instandhouding vereist.
Conclusie en opdracht
Beslissing
mr. M. van Dalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2020.