ECLI:NL:RVS:2018:794
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- D.J.C. van den Broek
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor windmolenpark nabij Natura 2000-gebied niet onrechtmatig verleend
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 17 november 2016 een vergunning aan Windpark Den Tol Exploitatie B.V. voor het aanleggen en in werking hebben van een windmolenpark met negen windmolens nabij Netterden, dicht bij het Natura 2000-gebied Unterer Niederrhein in Duitsland. NABU en Stichting TegenWind stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en beoordeelt het besluit aan de hand van het destijds geldende recht, de Natuurbeschermingswet 1998.
De appellanten voerden onder meer aan dat het college niet zorgvuldig had gehandeld bij het betrekken van nieuwe stukken, dat het ontbreken van een bestemmingsplan of omgevingsvergunning het besluit ongeldig maakte, en dat de beoordeling van effecten op beschermde soorten onvoldoende was. Daarnaast betwistten zij de betrouwbaarheid van het gehanteerde 1% mortaliteit-criterium en de berekeningen van vogelsterfte, alsmede de gekozen verstoringsafstand van 400 meter voor weidevogels. Ook werd aangevoerd dat cumulatieve effecten onvoldoende waren onderzocht en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning ondanks mogelijke nadelige effecten toch werd verleend.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het 1% mortaliteit-criterium hanteerde, dat de berekeningen van mortaliteit en verstoringsafstanden wetenschappelijk verantwoord waren en dat de passende beoordeling voldoende zekerheid bood dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Ook de belangenafweging was voldoende gemotiveerd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De vergunning voor het windmolenpark Den Tol is terecht verleend en de beroepen worden ongegrond verklaard.