De officier van justitie verzocht op 10 juni 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 9 juni 2020 was opgelegd aan de betrokkene, geboren in 1996. De maatregel betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De mondelinge behandeling vond op 11 juni 2020 telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen, waarbij de betrokkene de zitting vroegtijdig verliet uit onzekerheid over de authenticiteit van de rechter.
De afdelingsarts verklaarde dat de betrokkene recent onrustig en bizar gedrag vertoonde, vermoedelijk als onderdeel van een manische episode bij een bipolaire-stemmingsstoornis. Dit gedrag is afdelingsontwrichtend en agressief, en vormt een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor de veiligheid van personen en goederen. De crisis is zo urgent dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank concludeert dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 2 juli 2020, en de beschikking is op 11 juni 2020 mondeling gegeven door rechter T. Dopheide.