Betrokkene is sinds 2013 ter beschikking gesteld wegens opzettelijke brandstichting en poging tot zware mishandeling. De TBS-maatregel is in 2019 voor het laatst verlengd en zou in juli 2020 eindigen. De officier van justitie vorderde verlenging met één jaar, subsidiair beëindiging met overgang naar behandeling onder de Wet zorg en dwang.
De inrichting en deskundigen rapporteren dat betrokkene een lichte verstandelijke beperking en borderline persoonlijkheidsstoornis heeft, met een hoog recidiverisico. De behandeling binnen het TBS-kader blijkt onvoldoende effectief en belemmert stabiliteit en ontwikkeling. De deskundigen adviseren beëindiging van TBS en voortzetting van zorg via de Wet zorg en dwang.
De rechtbank concludeert dat verlenging van de TBS-maatregel weliswaar mogelijk is, maar niet het beoogde doel van terugkeer in de maatschappij zal bereiken. De noodzakelijke zorg kan beter worden geboden binnen het civiele kader van de Wet zorg en dwang. Daarom wijst de rechtbank de verlengingsvordering af en zal zij een rechterlijke machtiging afgeven voor zes maanden onder de Wet forensische zorg.