Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, behandeld voor het POEMS-syndroom, werd door verweerder rijgeschikt verklaard voor een beperkte periode van vijf jaar. Verweerder baseerde dit op paragraaf 7.4.2 van de Regeling eisen geschiktheid 2000, die een maximale termijn voorschrijft afhankelijk van de progressie van neuromusculaire ziektebeelden. De neuroloog en huisarts stelden dat het ziektebeeld stabiel is zonder progressie.
Eiser betwistte de toepassing van de termijnbeperking en voerde aan dat de aandoening genezen is en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een termijnbeperking noodzakelijk is. Verweerder stelde dat hij op grond van het Reglement bevoegd was nader medisch onderzoek te verlangen en dat de maximale termijn van vijf jaar een redelijke grond vormt.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bij afwezigheid van progressie toch de maximale termijn van vijf jaar is toegepast. De rechtbank oordeelde dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en gaf verweerder de gelegenheid de gebreken binnen zes weken te herstellen. Verder werd het horen van eiser niet noodzakelijk geacht en werd iedere verdere beslissing aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en geeft verweerder zes weken om het besluit over de rijgeschiktheid nader te motiveren en te herstellen.