ECLI:NL:RVS:2020:844
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR wegens onvoldoende individuele beoordeling bij termijnbeperking rijgeschiktheid depressieve stoornis
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verstrekte aan appellant een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen met een termijnbeperking van vijf jaar vanwege een depressieve stoornis die minder dan vijf jaar in remissie was. De psychiater adviseerde echter een verklaring zonder termijnbeperking. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarbij zij het vaste beleid van het CBR onderschreef om een termijn van vijf jaar aan te houden.
Appellant stelde in hoger beroep dat het CBR onterecht zonder individuele beoordeling een termijnbeperking oplegde, terwijl volgens hem de medisch specialist moet bepalen wanneer sprake is van totale remissie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel het CBR beoordelingsruimte heeft, het niet volstaat om alleen het vaste beleid en een algemeen recidiefrisico als grondslag te nemen. Het CBR moet de individuele omstandigheden betrekken bij het besluit.
Daarmee was het besluit van 24 april 2019 niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg het CBR op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van een termijnbeperking van vijf jaar wordt vernietigd en het CBR wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met individuele beoordeling.