ECLI:NL:RBMNE:2020:2910
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en proceskostenveroordeling na beroep
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2019, welke door verweerder was vastgesteld op €370.000. Verweerder stelde in beroep een lagere waarde van €349.000 voor, maar onderbouwde dit niet met een taxatierapport. Eiser stelde een waarde van €337.000 voor, maar ook hij onderbouwde dit onvoldoende.
De rechtbank oordeelt dat noch verweerder noch eiser hun voorgestelde waarden aannemelijk hebben gemaakt. De rechtbank stelt daarom de waarde van de woning schattenderwijs vast op €345.000. Tevens verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier P.J. Naus, waarbij de zitting vanwege coronamaatregelen via Skype heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Beroep gegrond, WOZ-waarde vastgesteld op €345.000 en verweerder veroordeeld in proceskosten en griffierecht.