ECLI:NL:RBMNE:2020:2911
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vernietiging uitspraak op bezwaar
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning voor het belastingjaar 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €388.000 en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Tijdens de zitting, die vanwege de coronacrisis via Skype plaatsvond, hebben partijen hun standpunten toegelicht, waarbij verweerder een verlaging naar €376.000 voorstelde en eiser een waarde van €368.000 bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat noch verweerder noch eiser hun voorgestelde waardes voldoende aannemelijk hadden gemaakt. Verweerder had geen taxatierapport overgelegd en eiser baseerde zijn waarde op vergelijkingen die niet relevant waren voor de onderhavige woning. Daarom stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €373.000.
Daarnaast wees de rechtbank het te laat ingediende bewijs van eiser af en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser, mede gezien de samenhang met twee andere vergelijkbare zaken. Ook werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en leidt tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €373.000 en vernietigt de uitspraak op bezwaar.