ECLI:NL:RBMNE:2020:2935
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verduistering
Eiseres had een baan aangeboden gekregen bij een beveiligingsbedrijf dat toestemming vroeg aan de korpschef van politie om haar beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Deze toestemming werd geweigerd omdat eiseres op 25 januari 2018 verduistering in dienstbetrekking pleegde, waarvoor zij een voorwaardelijk sepot kreeg met een proeftijd van één jaar.
Eiseres voerde aan dat zij de verduistering had opgebiecht, het bedrag had terugbetaald en dat het een lichte overtreding betrof, mede omdat de klant een bekende was met financiële problemen. Zij stelde dat zij sindsdien bij beveiligingsbedrijven naar tevredenheid had gewerkt en dat zij geleerd had van haar fout.
De rechtbank overwoog dat de korpschef beoordelingsruimte heeft om de betrouwbaarheid van beveiligingsmedewerkers streng te toetsen. De verduistering werd als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde gezien, en het feit dat eiseres bewust goederen buiten registratie hield, maakte het niet een moment van jeugdige onbezonnenheid. Het voorwaardelijk sepot en de omstandigheden van het delict rechtvaardigden de weigering.
De rechtbank concludeerde dat de betrouwbaarheid van eiseres niet boven elke twijfel verheven is en dat het belang van de samenleving bij handhaving van betrouwbaarheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende betrouwbaarheid na verduistering.