Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als stagiair sportdocent te kunnen werken met minderjarige kinderen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege een verdenking van seksueel binnendringen van het lichaam van een persoon beneden de 16 jaar, gepleegd op 31 januari 2020.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze weigering en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Hoewel verzoeker positieve stappen heeft gezet, zoals spijtbetuiging en aandacht voor zijn psychisch welzijn, acht de voorzieningenrechter het risico voor de kwetsbare groep minderjarigen te groot om de VOG nu al te verstrekken.
Verweerder heeft toegezegd het reclasseringsrapport mee te nemen in de bezwaarfase, waarin de kans op recidive als laag wordt ingeschat. Dit rapport leidt echter niet tot een andere voorlopige beslissing. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat deze uitspraak een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor een eventueel bodemgeding.