ECLI:NL:RBMNE:2020:3051
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag geweigerd wegens medebewoner geregistreerd in BRP
Eiser ontving in 2017 een voorschot huurtoeslag van €3.609,- gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van €18.093,-. De Belastingdienst berekende de huurtoeslag definitief op €0,- omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van eiser en zijn medebewoner te hoog was (€43.105). Eiser voerde aan dat de vermeende medebewoner, zijn dochter, niet daadwerkelijk bij hem woont, ondanks dat zij in de Basisregistratie Personen (BRP) op hetzelfde adres staat ingeschreven.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst terecht uitgaat van de BRP-gegevens als uitgangspunt voor het vaststellen van medebewoning en dat het niet aannemelijk is gemaakt dat de inschrijving onjuist is. De enkele stelling van eiser dat zijn dochter niet daadwerkelijk op het adres woont, is onvoldoende om van de BRP-gegevens af te wijken. Bovendien heeft eiser niet aangetoond dat hij een adresonderzoek bij de gemeente heeft aangevraagd om de inschrijving te corrigeren.
Daarom is het beroep van eiser ongegrond verklaard en hoeft hij het ontvangen voorschot aan huurtoeslag terug te betalen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 13 juli 2020, na een zitting via Skype vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot definitieve berekening van de huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.