ECLI:NL:RBMNE:2020:3111
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht ontbreken procesbelang in WOZ-zaak
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat onvoldoende was aangetoond dat een wijziging van de WOZ-waarde financieel of fiscaal voordeel zou opleveren.
Eiseres stelde dat zij wel degelijk procesbelang had en verweerder kon niet aantonen dat dit niet zo was. Verweerder erkende vervolgens op basis van een arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467) dat het bezwaar gegrond verklaard moest worden. De rechtbank volgde dit standpunt en vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar.
De rechtbank droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke uitspraak op bezwaar te doen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €525,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank wees erop dat de samenloop van soortgelijke zaken niet leidt tot samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat het afzonderlijke eisers betreft.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 juli 2020 te Utrecht, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Eiseres kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens onterecht ontbreken van procesbelang en draagt op tot een nieuwe inhoudelijke beslissing binnen zes weken.