ECLI:NL:RBMNE:2020:3113
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren bezwaar WOZ-waarde
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk procesbelang had en dat verweerder dit niet kon bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467), en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen waarin inhoudelijk op het bezwaar wordt beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,- en het griffierecht aan eiseres. De rechtbank wees erop dat het feit dat meerdere eisers door dezelfde gemachtigde werden bijgestaan niet leidt tot samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.