ECLI:NL:RBMNE:2020:3117
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht ontbreken procesbelang in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen een WOZ-waarde centraal. De heffingsambtenaar had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat onvoldoende was aangetoond dat de WOZ-waarde wijziging financieel of fiscaal voordeel zou opleveren voor eiseres.
Eiseres stelde dat er wel degelijk procesbelang is en verweerder kon niet aantonen dat dit niet zo was. Verweerder erkende in het verweerschrift dat het beroep gegrond verklaard moest worden naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van maart 2020.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht ontvankelijk is en vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen. Tevens moet verweerder de proceskosten van €525,- en het griffierecht aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst erop dat het beroep gegrond is, maar dat dit niet betekent dat eiseres inhoudelijk gelijk krijgt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt op tot een nieuwe inhoudelijke beslissing binnen zes weken, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.