ECLI:NL:RBMNE:2020:3119
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht ontbreken procesbelang bij WOZ-waarde bezwaar
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-waarde, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde en dat verweerder dit niet kon bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467) is het oordeel van verweerder onjuist. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €525,- omdat zij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden. De rechtbank wijst erop dat het beroep gegrond is, maar dat dit niet betekent dat eiseres inhoudelijk gelijk krijgt. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 juli 2020 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen.