ECLI:NL:RBMNE:2020:3120
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht ontbreken procesbelang en toewijzing proceskostenvergoeding
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de heffingsambtenaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde. De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat procesbelang ontbrak.
Verweerder erkende in het verweerschrift dat het beroep gegrond verklaard moest worden naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad. De rechtbank vernietigde daarom de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen en inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 525,- en het griffierecht, omdat eiseres een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld. Verweerder had aangevoerd dat er sprake was van samenhangende zaken, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was omdat het afzonderlijke beroepschriften betrof.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen indien zij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen en proceskosten vergoeden.