ECLI:NL:RBMNE:2020:3122
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaar wegens ontbreken procesbelang
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde en dat verweerder dit niet kon bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht ontvankelijk moet worden verklaard, mede naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe, inhoudelijke beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van €525,- aan proceskosten, omdat zij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden. De rechtbank wijst erop dat de samenhang met andere soortgelijke zaken onvoldoende is om proceskosten slechts eenmaal te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier P.W. Hogenbirk op 30 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkheidsverklaring vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken inhoudelijk te beslissen.