ECLI:NL:RBMNE:2020:3123
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de WOZ-waarde centraal. De heffingsambtenaar had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiser stelde dat er wel degelijk procesbelang is en dat verweerder dit niet kon bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, mede op basis van een recent arrest van de Hoge Raad. Hierdoor wordt de eerdere uitspraak op bezwaar vernietigd en wordt verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe, inhoudelijke beslissing te nemen op het bezwaar van eiser.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een vast bedrag van €525 aan proceskosten, omdat eiser een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. De rechtbank wijst erop dat de afzonderlijke beroepschriften van verschillende eisers niet als samenhangende zaken worden beschouwd.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier P.W. Hogenbirk op 30 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.