ECLI:NL:RBMNE:2020:3125
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat zij wel degelijk belang had bij de wijziging van de WOZ-waarde en dat verweerder dit niet kon bewijzen.
De rechtbank overwoog dat verweerder zich op het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467) kon beroepen en dat het beroep gegrond verklaard moest worden. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring werd vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen en inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,- aan eiseres en tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank wees erop dat het beroep gegrond is verklaard, maar dat dit niet betekent dat eiseres inhoudelijk gelijk krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 30 juli 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.