ECLI:NL:RBMNE:2020:3127
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ontvankelijkheid bezwaar tegen WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen een uitspraak over de WOZ-waarde centraal. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat onvoldoende was aangetoond dat eiser(es) door een wijziging van de WOZ-waarde financieel of fiscaal beter zou worden.
Eiser(es) stelde dat er wel degelijk procesbelang is en verweerder kon niet aantonen dat dit niet het geval was. Verweerder erkende in het verweerschrift dat het beroep gegrond verklaard moest worden naar aanleiding van een recent arrest van de Hoge Raad.
De rechtbank volgt verweerder en vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe uitspraak te doen en inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Daarnaast moet verweerder het griffierecht en proceskosten van €525,- vergoeden aan eiser(es), omdat een professionele juridische hulpverlener was ingeschakeld.
De rechtbank oordeelt ook dat de samenhang van zaken niet geldt, omdat het om afzonderlijke eisers gaat, ondanks dat dezelfde gemachtigde hen vertegenwoordigt. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege COVID-19 maatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen en proceskosten vergoeden.