ECLI:NL:RBMNE:2020:3129
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens ontvankelijkheid bezwaar en toewijzing proceskosten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen een WOZ-waarde vaststelling centraal. Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat onvoldoende gegevens waren aangeleverd waaruit financieel of fiscaal voordeel zou blijken.
Eiser stelde dat er wel degelijk procesbelang was en verweerder kon niet aantonen dat dit ontbrak. Verweerder erkende op grond van een recent arrest van de Hoge Raad dat het bezwaar gegrond verklaard moest worden. De rechtbank vernietigde daarom de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen en inhoudelijk te beslissen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,- wegens inschakeling van professionele juridische hulp, en tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank wees erop dat het feit dat meerdere soortgelijke beroepen door dezelfde gemachtigde zijn ingediend, niet leidt tot samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met mogelijkheid tot openbaar uitspreken zodra dat weer mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.