Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder.
Procesverloop
Feiten
Geschil
Beoordeling van het geschil
taxatieverslagbevat een opsomming van verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. De opgesomde verschillen betreffen het bouwjaar, het type, de locatie (buurt) en de inhoud van de woning en de vergelijkingsobjecten, de oppervlakte van de bij de woning en de vergelijkingsobjecten behorende grond en de afmetingen (in m2 of m3) of het aantal van de door verweerder afzonderlijk benoemde onderdelen van de woning en de vergelijkingsobjecten (bergingen, garages, dakkapellen, op- en aanbouwen enzovoorts). Verweerder laat echter na het door hem bij de herleiding van de waarde van de woning uit de verkoopprijzen van de in het taxatieverslag genoemde vergelijkingsobjecten aan deze verschillen toegekende gewicht te kwantificeren en te onderbouwen met marktgegevens of andere objectieve, toetsbare gegevens. Gelet hierop voldoet het taxatieverslag niet aan de daaraan in artikel 6 van Pro het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet WOZ gestelde eisen, met name niet aan de eis dat het taxatieverslag een motivering van de individuele afwijking van de relevante marktgegevens en de getaxeerde waarde moet bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met het taxatieverslag niet aannemelijk gemaakt dat hij de waarde van de woning niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld.
matrixheeft verweerder eveneens een aantal verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten opgesomd. Deze opsomming is vergelijkbaar met die in het taxatieverslag. Verweerder heeft de verschillen, met uitzondering van de verschillen in bouwjaar, type en locatie (buurt), gekwantificeerd in rekenprijzen per stuk, per m3 of per m2. Hij heeft echter nagelaten deze rekenprijzen te onderbouwen met marktgegevens of andere objectieve, toetsbare gegevens. Dit geldt ook voor de onderbouwing van de rekenprijzen per m2 van de grond met de door hem overgelegde grondstaffel, aangezien deze grondstaffel evenmin met marktgegevens of andere objectieve, toetsbare gegevens is onderbouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de waarde op de waardepeildatum nader wordt vastgesteld op € 680.000;
- vermindert de aanslag dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats van de vernietigde uitspraak op bezwaar treedt;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.