ECLI:NL:RBMNE:2020:3157
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor werktuigenberging wegens niet-reëel agrarisch bedrijf
Eiser diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een werktuigenberging op zijn agrarisch perceel. Verweerder weigerde de vergunning omdat het bedrijf niet voldeed aan de definitie van een reëel agrarisch bedrijf zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Vinkenburg. De Agrarische Beoordelingscommissie (ABC) adviseerde negatief, stellende dat de arbeidsbehoefte lager was dan een halve arbeidskracht en de continuïteit onvoldoende verzekerd was.
Eiser voerde aan dat zijn bedrijf gegroeid was en dat er voldoende werk was voor minimaal een halve arbeidskracht, mede onderbouwd door een advies van DLV Advies. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de feitelijke situatie ten tijde van het besluit en dat eiser onvoldoende concrete informatie had aangeleverd om het ABC-advies te weerleggen. Ook de continuïteit van het bedrijf werd als onvoldoende aangetoond geacht.
Verder stelde eiser dat de bouw van de werktuigenberging noodzakelijk was en dat zijn activiteiten onterecht als hobbymatig werden bestempeld. De rechtbank stelde vast dat de beoordeling van de vergunningaanvraag uitsluitend aan het toetsingskader van het bestemmingsplan was onderworpen en dat het begrip hobbymatig geen onderdeel was van het besluit. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kon komen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning.