Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] , h.o.d.n. " [handelsnaam] ",
1.De procedure
- de dagvaarding met vijf bijlagen is op 31 maart 2020 bij [handelsnaam] c.s. bezorgd,
- [handelsnaam] c.s. heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Zij heeft daarbij 24 producties gevoegd, waaronder als productie 2 het verweerschrift met 10 producties in de verzoekschriftprocedure op grond van artikel 7: 304 BW (rekestnummer 8332868 UE VERZ 20-46),
- het UMF heeft bij brief van 8 juli 2020 zeven aanvullende bijlagen toegezonden,
- de mondelinge behandeling heeft op 15 juli 2020 plaatsgevonden via Skype. Op die zitting is ook behandeld het verzoek van het UMF om een deskundige te benoemen op grond van artikel 7:304 BW Pro (rekestnummer 8332868 UE VERZ 20-46),
- de griffier heeft aantekening gehouden van wat er ter zitting is besproken. Partijen hebben ieder pleitaantekeningen overgelegd,
- aan het slot van de zitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat op 12 augustus 2020 vonnis zal worden gewezen.
2. De feiten
Naar aanleiding van uw brief van 15 oktober j.l willen wij u graag informeren over het volgende;
de huidige situatie aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] :
Aanpassingen
Bedrijfssituatie
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Wie is contractspartij van het UMF
- € 124,00 griffierecht;
- € 100,89 explootkosten;
- € 360,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x het tarief van € 180,00).