ECLI:NL:RBMNE:2020:3475
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan de hand van vergelijkingsmethode en taxatiematrix
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vastgestelde WOZ-waarde van een woning centraal. Verweerder heeft de waarde van de woning aan de [adres 1] in [woonplaats] vastgesteld op € 665.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 552.000,- voor. Na een bezwaarprocedure waarbij geen hoorzitting plaatsvond, is het bezwaar ongegrond verklaard en heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft beoordeeld of de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde woonplaats. De rechtbank acht deze vergelijkingsmethode en de onderliggende verkoopcijfers passend en voldoende onderbouwd om de waarde te bepalen. De berekening van eiser op basis van een gemiddelde prijs per m3 wordt onvoldoende nauwkeurig geacht.
Verder oordeelt de rechtbank dat de hoorplicht niet is geschonden omdat eiser geen expliciet verzoek tot hoorzitting heeft gedaan tijdens de bezwaarprocedure. Ook is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende, ondanks dat deze summier is. De vergelijking met WOZ-waarden van andere woningen is volgens de rechtbank niet relevant voor de waardebepaling.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van € 665.000,-. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 665.000,- wordt ongegrond verklaard.