ECLI:NL:RBMNE:2020:3649
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens ontvankelijkheid en toewijzing proceskostenvergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van het bezwaar centraal. Verweerder had het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat onvoldoende was aangetoond dat een wijziging van de WOZ-waarde tot een financieel voordeel zou leiden.
Eiser stelde dat er wel degelijk procesbelang was en verweerder kon niet bewijzen dat dit ontbrak. Verweerder erkende na verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad dat het bezwaar gegrond verklaard moest worden. De rechtbank vernietigde daarom de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe, inhoudelijke beslissing te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,- aan eiser, vanwege inschakeling van professionele juridische hulp. Verweerder stelde dat er sprake was van samenhangende zaken, maar de rechtbank oordeelde dat de afzonderlijke beroepschriften en eisers dit niet rechtvaardigden. Tevens moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier P.W. Hogenbirk op 6 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder moet een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen en proceskosten vergoeden.