ECLI:NL:RBMNE:2020:3650
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond verklaard wegens ontvankelijkheid en procesbelang in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep tegen een WOZ-waarde centraal. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en een vermeende ongeldige machtiging. De rechtbank oordeelt dat de machtiging recent is en dat eiser(es) zich bewust is van vertegenwoordiging, waardoor het beroep ontvankelijk is.
Verder stelt verweerder dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, omdat onvoldoende is aangetoond dat een wijziging van de WOZ-waarde financieel voordeel oplevert. De rechtbank volgt verweerder echter in het licht van een recent arrest van de Hoge Raad en vernietigt de eerdere beslissing op bezwaar. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.
Daarnaast krijgt eiser(es) een proceskostenvergoeding van €525,- wegens inschakeling van een professionele juridische hulpverlener. Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden. De rechtbank wijst erop dat het feit dat meerdere eisers dezelfde gemachtigde hebben, niet leidt tot samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen binnen zes weken.