ECLI:NL:RBMNE:2020:3796
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verplichting tot sociaal maatschappelijke zorg in bijstandsuitkering
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de beroepen van eisers tegen besluiten van de gemeente Hilversum waarin zij werden verplicht tot het afnemen van verslavingszorg en sociaal maatschappelijke zorg op grond van artikel 55 van Pro de Participatiewet. Eisers waren lange tijd dakloos maar hadden sinds september 2019 een woning. Verweerder had aan eiser de verplichting opgelegd om binnen zes maanden verslavingszorg te zoeken en aan eiseres de verplichting tot het afnemen van medische en sociaal maatschappelijke zorg, waarbij zij tijdelijk was vrijgesteld van arbeidsverplichtingen.
Eisers voerden aan dat deze verplichtingen niet noodzakelijk waren voor hun arbeidsinschakeling, mede omdat zij inmiddels werkzaam waren bij PakAan. De rechtbank oordeelde dat de verplichting tot verslavingszorg terecht was opgelegd omdat het werk bij PakAan niet gelijkstaat aan arbeidsinschakeling en het middelengebruik de re-integratie belemmert. De rechtbank stelde vast dat eisers nog procesbelang hadden omdat het niet nakomen van de verplichtingen gevolgen kan hebben voor hun bijstandsuitkering.
Ten aanzien van de verplichting tot sociaal maatschappelijke zorg voor eiseres oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd welke zorg precies moest worden gezocht en hoe dit bijdroeg aan arbeidsinschakeling. Dit leidde tot vernietiging van het besluit voor zover het deze verplichting betrof. De rechtbank herroept het primaire besluit op dit punt en vergoedt het griffierecht en proceskosten aan eiseres. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Verplichting tot sociaal maatschappelijke zorg voor eiseres wordt vernietigd; verplichting tot verslavingszorg voor eiser blijft gehandhaafd.