Eiseres maakte bezwaar tegen de door Baanbrekers aan haar Participatiewetuitkering verbonden verplichtingen, waaronder de arbeidsverplichting, het voortzetten van GGZ-behandeling, het opvolgen van medische adviezen en het melden van verblijf van derden.
De rechtbank oordeelde dat de ontheffing van de arbeidsverplichting terecht voor maximaal een jaar is toegekend en dat een ontheffing op grond van artikel 9a Pw niet gunstiger zou zijn. Wel werd geoordeeld dat Baanbrekers onvoldoende heeft onderbouwd dat het voortzetten van de GGZ-behandeling en het opvolgen van medische adviezen daadwerkelijk leidt tot arbeidsinschakeling, waardoor deze verplichtingen niet gerechtvaardigd zijn.
Daarnaast werd vastgesteld dat de verplichting om kortdurend verblijf van derden te melden niet expliciet was herroepen en onterecht werd opgelegd. De rechtbank vernietigde deze verplichtingen en bepaalde dat eiseres voortaan alleen de beëindiging van de GGZ-behandeling moet melden.
Baanbrekers werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het besluit tot uitkering en overige voorwaarden blijven onverminderd van kracht.