Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Heeft eiser voldoende procesbelang bij een uitspraak van de rechtbank?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, voormalig hoogleraar aan de TU Eindhoven, diende in mei 2018 twee verzoeken in voor de aanschaf van computerapparatuur ten laste van een Vici-subsidie en het eigen TU/e-budget. Verweerder, het College van Bestuur van de TU/e, wees deze aanvragen in september 2018 af. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure erkende eiser dat veel apparatuur inmiddels was aangeschaft of besteld, en verweerder gaf aan de resterende apparatuur alsnog te zullen aanschaffen indien nodig. De rechtbank concludeerde dat er geen actueel en reëel belang meer bestond bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep ten aanzien van de aanschaf van apparatuur.
Eiser stelde daarnaast reputatieschade te hebben geleden door het besluit, onder meer omdat een andere professor uit haar budget een server had aangeschaft en hij minder promovendi zou afleveren. De rechtbank oordeelde dat eiser deze reputatieschade onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat verweerder dit gemotiveerd had bestreden.
Daarom ontbrak ook op grond van de gestelde reputatieschade een procesbelang. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel belang.