Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- zij vandaag eerder op de dag buiten voor haar woning had gestaan;
- zij op dat moment haar ex-vriend voorbij zag fietsen;
- zij toen hoorde dat haar ex-vriend een adres en tijdstip schreeuwde waarop zij ergens zou zijn geweest;
- zij hiervan schrok aangezien dit precies klopte;
- zij zich hierdoor erg bedreigd voelde en zich afvroeg hoe haar ex dit kon weten;
- zij toen op het idee kwamen om haar auto te inspecteren op het aanwezig zijn van track en trace-apparatuur;
- zij toen onder haar auto een zwart kastje had aangetroffen;
- zij toen zag dat er op het kastje de tekst: "Trace Master" stond.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstraf van 2 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
een proeftijd van 2 jarenvast;
taakstraf van 140 uren;
- legt aan verdachte op
- beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer] , geboren op [1972] te [geboorteplaats] (Turkije);
dadelijk uitvoerbaaris;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
teruggave aan verdachtevan de volgende voorwerpen:
- Telefoontoestel Nokia 2310 (G2485774);
- Telefoontoestel Apple iPhone (G24857650);
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.873,80,bestaande uit € 873,80 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2019 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft de gevorderde materiële schade tot een bedrag van € 320,93 af;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.873,80 te betalen, bestaande uit € 873,80 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 28 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
wijst de vordering toe;