Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, sinds 1972 werkzaam bij de politie, stelde dat hij gehoorbeschadiging opliep door schietoefeningen in de periode 1982-1985. De schade werd pas in 2014 medisch erkend. Verweerder wees het verzoek om smartengeld af wegens verjaring, stellende dat eiser al in 1985 op de hoogte was van de schade.
De rechtbank oordeelde dat de absolute verjaringstermijn van twintig jaar geldt vanaf het moment van de schadetoedracht, hier gelegen in 1985, en dat eiser daardoor te laat was met zijn claim. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de schade pas in 2014 bekend werd en dat de verjaring op grond van redelijkheid en billijkheid moest worden doorbroken.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat de absolute verjaringstermijn niet wordt doorbroken als de schade en oorzaak niet verborgen waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep op smartengeld wegens gehoorbeschadiging is afgewezen wegens verjaring.