Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de voorzieningenrechter is verhinderddeze uitspraak mede te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom om zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet af te wijzen. Na afwijzing van het bezwaar tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening en constateerde dat het griffierecht van €48,- niet binnen de gestelde termijn was betaald, ondanks een aangetekende aanmaning. Verzoeker gaf geen reden voor het verzuim, waardoor geen verontschuldiging kon worden aangenomen.
Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.