Viveste verhuurt sinds oktober 2018 een woning aan [A], die onder bewindvoering staat. Aan de huurovereenkomst is een laatste-kans-overeenkomst gekoppeld met gedragsaanwijzingen die [A] verplichten overlast te voorkomen en de woning als woonruimte te gebruiken. Na eerdere ontbinding van een huurovereenkomst wegens overlast, is een nieuwe overeenkomst gesloten.
Viveste vordert ontruiming omdat [A] opnieuw overlast veroorzaakt, waaronder geluid- en stankhinder, agressief gedrag en het gebruik van de woning als opslagruimte. Bewijsmateriaal bestaat uit meldingen van buren, politiegegevens en foto’s. [A] betwist de overlast en stelt dat zij wel aan hulpverlening heeft meegewerkt, maar erkent dat het opruimen langer duurde door persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de overlast aannemelijk is en dat de woning niet conform bestemming wordt gebruikt. Ondanks meerdere kansen en hulpverlening is de situatie niet verbeterd. Het woonbelang van [A] weegt niet op tegen het belang van de buren en de leefbaarheid. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen om de woning te verlaten, en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.