Eiser, een kok, werkte van 1 tot 20 juli 2019 72 uur voor de lunchroom [gedaagde sub 1]. Hij ontving slechts een voorschot van €200 netto. Eiser vorderde betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente, en vergoeding voor werkzaamheden vóór 1 juli 2019.
Gedaagde betwistte dat eiser als kok, manager of chef-kok heeft gewerkt en stelde dat hij alleen bedieningswerkzaamheden verrichtte. Ook werd betwist dat er een overeenkomst bestond voor werkzaamheden vóór 1 juli 2019. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor werkzaamheden vóór 1 juli 2019 en wees die vordering af.
Voor de periode vanaf 1 juli 2019 stelde de kantonrechter vast dat eiser recht heeft op loon, waarbij onduidelijkheid over functie en loon voor risico van werkgever komt. Gezien de beperkte exploitatie en werkzaamheden wees de kantonrechter het loon toe op basis van de bedrijfsmanagerfunctie (cao schaal 8) à €15,49 per uur, totaal €1.115,28 bruto minus het voorschot. De wettelijke verhoging van 50% en rente vanaf 8 september 2019 werden eveneens toegewezen. De gevorderde reiskostenvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.