Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling, tijdens welke [eiseres] haar eis heeft verminderd.
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
De kernvraag en het antwoord van de voorzieningenrechter
980,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een kort geding tussen [eiseres] B.V., houdstermaatschappij van een zuivelconcern, en een notaris die betrokken is bij de fusie van twee dochterondernemingen. [Eiseres] wil twee dochterbedrijven fuseren tot één entiteit, waarbij een minderheidsaandeelhouder, de heer [A], wordt uitgezet.
De heer [A] heeft zijn aandelen aangeboden aan [eiseres], maar partijen zijn het niet eens over de prijs, wat leidt tot een procedure. De notaris weigert de fusieakte te passeren vanwege mogelijke belangenconflicten en zijn zorgplicht voor de minderheidsaandeelhouder.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de notaris geen gegronde reden heeft om te weigeren. De fusie is rechtsgeldig genomen, en het bezwaar van de notaris dat de belangen van de minderheidsaandeelhouder worden geschaad, is onvoldoende onderbouwd. De notaris wordt veroordeeld om uiterlijk 23 juni 2020 de fusieakte te passeren, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van de akte.
Uitkomst: Notaris wordt veroordeeld tot het passeren van de fusieakte uiterlijk 23 juni 2020, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van de akte.