Uitspraak
wonende te [woonplaats], Belgie,
gevestigd te Helden, gemeente Peel en Maas,
voorheen wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een notaris centraal die een transportakte had gepasseerd terwijl een aanbiedingsplicht jegens een derde partij niet was nagekomen. De voormalige echtgenote en erfgename van de oorspronkelijke eigenaar vorderde schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht door de notaris.
De rechtbank veroordeelde de notaris tot betaling van schadevergoeding, maar het hof wees de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de notaris weliswaar een zorgvuldigheidsplicht heeft jegens derden, maar niet verplicht is een zelfstandig oordeel te vormen over de vraag of de aanbiedingsplicht was geschonden en dat het recht van de verkrijger in beginsel voorgaat.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verduidelijkte dat de notaris bij gerede twijfel aan rechten van derden zijn ministerie moet weigeren, maar dat hij zich beperkt tot een globaal oordeel op basis van beschikbare informatie. Ook is het oordeel van de tuchtrechter niet zonder meer bindend voor civiele aansprakelijkheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiseres in de proceskosten. Hiermee is de zorgplicht van de notaris in het kader van aanbiedingsplicht en ministerieplicht nader uitgekristalliseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de notaris niet aansprakelijk is voor het passeren van de transportakte ondanks de niet nagekomen aanbiedingsplicht.