ECLI:NL:RBMNE:2020:4241
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel onvoldoende gemotiveerd
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning voor zes maanden te sluiten vanwege de vondst van een grote handelshoeveelheid hard- en softdrugs tijdens een huiszoeking. De burgemeester baseerde zijn besluit op artikel 13b van de Opiumwet en het Damocles-beleid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde. Er was geen onderzoek gedaan naar drugsoverlast in de omgeving en de woning stond niet bekend als drugspand. Ook was niet toegelicht waarom een minder ingrijpende maatregel niet volstond.
Daarnaast had de burgemeester onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbare positie van verzoeker, die een verstandelijke beperking heeft en afhankelijk is van intensieve begeleiding. De gevolgen van de sluiting voor verzoeker, waaronder het risico op langdurige woningloosheid, waren niet adequaat meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid had kunnen gebruikmaken en schorste het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot sluiting woning wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en onevenredigheid.