ECLI:NL:RBMNE:2020:4254
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen rechter in familierechtelijke zaak
In deze wrakingsprocedure dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke zaak over de opvang van uit huis geplaatste kinderen. Verzoekers stelden dat de rechter vooringenomen was omdat hij moeder niet liet uitspreken en het verzoek van de jeugdbescherming serieus nam.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het criterium van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter de mondelinge behandeling zorgvuldig had ingericht, met voldoende gelegenheid voor alle partijen om hun visie te geven, inclusief een leespauze voor spreekaantekeningen. Het feit dat de rechter moeder onderbrak, was niet indicatief voor vooringenomenheid.
Ook het serieus nemen van een verzoek betekent niet dat de rechter vooringenomen is, maar dat hij zijn taak naar behoren vervult. De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake was van schending van de onpartijdigheid en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De zaak wordt voortgezet in de oorspronkelijke procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard.