ECLI:NL:RBMNE:2020:4255

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
7 oktober 2020
Zaaknummer
UTR 20/3221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht

Verzoekster diende op 16 september 2020 een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom van 3 augustus 2020. De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoekschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name omdat het griffierecht van €48,- niet was betaald.

De voorzieningenrechter stuurde verzoekster op 20 september 2020 een aangetekende brief met het verzoek het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Dit is niet gebeurd en er is geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen. Hierdoor kon de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelen.

Op grond van artikel 8:83 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen inhoudelijke uitspraak gedaan over het verzoek zelf. De uitspraak is gedaan op 7 oktober 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3221

uitspraak van voorzieningenrechter van 7 oktober 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,

en

het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend op 16 september 2020. Dit verzoek was ingediend omdat verweerder volgens verzoekster nog niet op haar aanvraag van 15 mei 2020 had beslist. Uit de stukken blijkt dat verweerder op 3 augustus 2020 wel op haar aanvraag heeft beslist. Het verzoek richt zich daarom tegen het besluit van verweerder van 3 augustus 2020.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die in een verzoek indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de voorzieningenrechter is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
4. De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 20 september 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de voorzieningenrechter.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekster heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van Pro de Awb).
7. Verzoekster krijgt geen gelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.