Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
12 januari 2018 voor € 632.000,-, [adres 3] in [plaats] , verkocht op 22 augustus 2017 voor
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €580.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder handhaaft deze waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen met marktgegevens.
Eiser voert aan dat de uitspraak op bezwaar een motiveringsgebrek bevat vanwege het gebruik van standaardblokken en dat niet voldoende rekening is gehouden met verschillen in ligging en gebruiksoppervlakte tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in zijn motieven en dat het gebruik van standaardblokken geen motiveringsgebrek oplevert.
De rechtbank stelt vast dat de taxatiematrix en de toelichting ter zitting aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten, waaronder ligging, bouwjaar en gebruiksoppervlakte, voldoende toegelicht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.