Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
.
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1934 met diverse bijgebouwen en een perceel van circa 1.050 m². De woning stond eind 2016 tot mei 2017 te koop voor €595.000, maar werd niet verkocht. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2017 vast op €481.000, gebaseerd op een taxatiematrix met drie referentieobjecten in dezelfde plaats.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, onderbouwd met een ander referentieobject. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het hof. Tijdens de zitting op 12 december 2019 werden standpunten toegelicht en stukken uitgewisseld.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde zorgvuldig en gemotiveerd had vastgesteld, met voldoende vergelijkbare referentieobjecten en rekening houdend met verschillen in ligging, bouwjaar en voorzieningen. De door belanghebbende aangevoerde waardedrukkende factoren en het extra referentieobject werden niet als relevant erkend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €481.000 wordt bevestigd.