ECLI:NL:RBMNE:2020:4290
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zorgvuldigheid medisch onderzoek bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiser, werkzaam als beveiliger, meldde zich ziek na een kop-staartbotsing met klachten zoals duizeligheid en hoofdpijn. Verweerder beëindigde de Ziektewet-uitkering op grond van een beoordeling dat eiser meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. De rechtbank beoordeelde de medische rapportages waarop dit besluit is gebaseerd en concludeerde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen niet zijn opgenomen in de functionele mogelijkheden lijst (FML).
De rapportage bevatte grotendeels herhalingen van klachten zonder inhoudelijke reactie op door eiser ingebrachte medische informatie van zijn neuroloog en revalidatiearts. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek, met name ten aanzien van beperkingen bij zitten, zien, coördinatie, vasthouden van aandacht en herinneren.
De rechtbank stelt dat verweerder de gebreken moet herstellen door een volledige heroverweging door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die de bezwaargronden van eiser inhoudelijk moet behandelen en motiveren. Tevens moet verweerder binnen twee weken aangeven of hij van deze herstelmogelijkheid gebruik maakt, waarna zes weken worden gegeven voor herstel. De einduitspraak wordt aangehouden totdat deze herstelprocedure is afgerond.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder de gebreken in het medisch onderzoek binnen zes weken te herstellen en houdt de verdere beslissing aan.